• Eerste elftal stunt in nacompetitie en handhaaft zich in de tweede klasse
    Alle supporters van het eerste elftal haalden na 90 spannende minuten opgelucht adem. Na twee overwinningen, op ZAP en SO Soest, in de nacompetitie werd nu het Amsterdamse AVV Swift uit Amsterdam aan de zegekar gebonden, waardoor het eerste elftal zich tot verrassing van velen handhaafde in de tweede klasse. 
     
    Op het veld van Sporting ’70 uit Utrecht was Mehmet Kaya in de 6e minuut dichtbij de openingstreffer, maar hij zag zijn schot op de paal belanden. In de 14e minuut kwam het eerste elftal goed weg. De revelatie van de nacompetitie Lars van de Grootevheen stond op de goede plek om de bal van de lijn te halen.
     
    In het eerste gedeelte van de eerste helft had AVV Swift meer balbezit, zonder tot echte kansen te komen. De wedstrijd kantelde na een half uur spelen. In de 32e minuut draaide aanvoerder Mehmet Kaya een cornerbal rechtstreeks in de bovenhoek. Vijf minuten later ging Marc Hessels goed door over de rechterkant. Zijn voorzet werd subtiel binnengetikt door Pim Gijtenbeek.
     
    Net voor rust voorkwam de doelman de 3-0, door knap te redden op een kopbal van Rick Voortman en uit de toegekende cornerbal zag Jesse van Dijk zijn omhaal net naast gaan.
     
    Het niveau van de tweede helft was beduidend minder. In de 11e minuut kwam het eerste elftal goed weg. Een enorme kopkans werd naast het doel van Stijn Tomassen gekopt. De defensie van Hooglanderveen hield in de loop van de tweede helft eenvoudig stand. Danny de Graaf probeerde Rien de Jong met een lob te verschalken, maar zag de bal over het doel verdwijnen.
     
    In de slotfase moest de keeper van AVV Swift nog een keer handelend optreden op een volley van Yucel Yagli en Marc Hessels kreeg nog een goede kans om de eindstand op 3-0 te bepalen.
     
    Na het laatste fluitsignaal van de uitblinkende scheidsrechter Jimmy Wa Bwanda dolle taferelen op het veld, met als stralende middelpunt de afscheidnemende trainers Charles van Altena en Marino Osimani.
     
    Met dank aan Kees Steenbeek.